Korpsleiding steunt senioren actief

Vorige

Award voor onderhandelaars

Volgende

Hoe gaat het met je?

Een directer contact met de politieorganisatie, goede afspraken over faciliteiten en een duidelijk beleid over de toekomstige financiering door het korps van de seniorenverenigingen. Tijdens een bijeenkomst met vertegenwoordigers van seniorenverenigingen en de directeur korpsstaf van de Nationale Politie Erik de Vries, werden afgelopen vrijdag stevige afspraken gemaakt en toezeggingen gedaan. “Politiemensen die de actieve dienst hebben verlaten, de ‘senioren’, zijn belangrijke ambassadeurs voor het politievak. Die moeten we koesteren. We hebben ze bovendien keihard nodig in een tijd dat iedereen kritiek op ons heeft,” aldus Erik de Vries.

Volgens de Vries zijn veel collega’s en oud-collega’s enorm trots op hun vak, maar momenteel minder trots op de organisatie. Hij ziet dat mensen last hebben van het feit dat de politie in korte tijd een zeer grote organisatie is geworden. “Het is zakelijker en onpersoonlijker geworden, met meer bureaucratie. En daar lopen we met zijn allen tegenaan. We willen niet een anonieme kolos zijn. De menselijke maat is juist ontzettend belangrijk.” Volgens de Vries zijn collegiale verbanden, zoals de seniorenverenigingen, maar ook bijvoorbeeld de sociaal fondsen, cruciaal voor de politie. “Ik heb hierover met Erik Akerboom gesproken en hij vindt dit ook. Hij is erg betrokken.”

Budget vanaf 2018
Ook over financiën en faciliteiten voor de senioren wil de korpsleiding meedenken. Nu nog ontvangen de organisaties heel diverse vormen van ondersteuning van hun voormalig korps. Sommigen krijgen een financiële bijdrage, anderen niet en vragen hun leden contributie. Voor veel verenigingen geldt dat een (financiële) ondersteuning op de langere termijn onzeker is. Dat gaat in de toekomst veranderen. Erik de Vries: “Er komt beleid voor personeelsverenigingen in brede zin, waaronder ook de senioren. Het korps wil budget leveren voor de verenigingen, maar dit kan pas vanaf 2018.” Tot die tijd blijven de huidige afspraken gelden. En wil De Vries bemiddelen voor verenigingen waar nog geen goede afspraken zijn.

Verbinding
De Vries wil ook graag meewerken aan een ander belangrijk punt: het contact met de afdeling HRM. Waar de seniorenverenigingen voorheen korte lijnen hadden met personeelszaken in de kleine korpsen, is dat tegenwoordig nagenoeg onmogelijk. Terwijl de verenigingen juist graag in verbinding willen komen met potentiële toekomstige leden. De Vries vindt dit een van de prioriteiten. Daarnaast wordt er nagedacht over manieren om de personeelsleden breder bekend te maken onder de collega’s en oud-collega’s. Een artikel in het personeelsblad moet hierbij helpen.

Zelf doen
Maar, zo voegt de Vries eraan toe: er moet nog hard aan gewerkt worden. “In het huidige systeem past veel niet meer: je bent niet meer in actieve dienst en kunt bijvoorbeeld niet meer op intranet… dus we moeten echt slimme dingen verzinnen met elkaar om het toch voor elkaar te krijgen.” Hij wil hiervoor de verantwoordelijkheid zoveel mogelijk bij de verenigingen zelf laten. “Ik kan faciliteren, helpen, maar ze moeten het zelf doen. En dat hebben ze nu ook goed gedaan: door het initiatief te nemen om aan de bel te trekken bij de korpsleiding. Dat hebben ze zelf afgedwongen. Als ze dat niet gedaan hadden, was er ook niks gebeurd. Daar kan ik heel eerlijk in zijn, er zijn immers zoveel andere dingen die spelen.”

Prima ontwikkeling
Stichting WEP speelt in het hele proces met de senioren een ondersteunende rol, in lijn met de missie ‘van, voor, door collega’s’. Erik de Vries is daar blij mee. “In toenemende mate willen we juist dát soort initiatieven steunen. De organisatie kan en moet het niet allemaal zelf doen. Ik zal niet streven naar beleid met strakke regels en kaders. Daar hoort een stichting WEP bij, die vervult een harstikke goede rol. We vinden het een prima ontwikkeling en faciliteren het graag.”