Sociaal fondsen politie zijn ‘goud’

Vorige

Adviesgroep Visueel beperkte Politiemedewerkers

Politiemensen die in de financiële problemen komen, kunnen een beroep doen op een sociaal fonds. Zo’n fonds verstrekt een renteloze lening en helpt hiermee de collega er weer bovenop te komen. Op dit moment zijn er nog 21 sociaal fondsen vanuit de voormalige korpsen. In de toekomst worden dat er 13. Iedere eenheid, de Politieacademie en het PDC hebben straks een eigen fonds. Het gaat om onafhankelijke stichtingen die worden gerund door politiemensen zelf. Ze doen dit vrijwillig uit solidariteit. Een ‘gouden’ formule, aldus Judith Eleveld. Als projectleider begeleidt zij de overgang naar 13 sociaal fondsen.

Straks heeft iedere eenheid zijn eigen sociaal fonds. Waarom eigenlijk niet één sociaal fonds. Er is nu toch één Nationale Politie?
“Dat was aanvankelijk ook de bedoeling. Collega Bryan Rookhuijzen was door de korpsleiding gevraagd om als kwartiermaker te fungeren voor dat proces. Het klinkt inderdaad heel logisch en praktisch gezien zitten er ook voordelen aan een landelijke stichting. Maar al snel bleek dat de kracht van de sociaal fondsen juist zit in de diversiteit, nabijheid en laagdrempeligheid. Vooral dat laatste. Collega’s die in de financiële problemen zitten, zullen niet snel een groot landelijk bureau benaderen. Toen kwam het idee op om de autonome stichtingen zoveel mogelijk intact te laten en een samenwerkingsverband aan te gaan. Passend bij de inrichting van de Nationale Politie en met uniformiteit waar mogelijk als het gaat over statuten etc.”

“Uiteindelijk gaat het ze allemaal om die collega die klem zit.”

Jij bent vanuit de recherche gedetacheerd om dit project (van 21 naar 13 sociaal fondsen) te begeleiden. Is het een ingewikkeld proces?
“De eerste stappen zijn gezet. Belangrijk is dat er een landelijke dekking komt, dus dat iedere collega in het land een beroep kan doen op een sociaal fonds. Er zijn namelijk nog eenheden waar geen sociaal fonds is. Maar dat ging direct al goed. Er waren meteen stichtingen die zeiden: als er in jullie eenheid geen sociaal fonds is, dan kunnen collega’s bij ons terecht. Uiteindelijk gaat het ze allemaal om die collega die klem zit.”

Het is echt van collega’s voor collega’s?
“Ja en dat vind ik heel mooi: de mensen die hier achter zitten, vaak ervaren politiemensen, zijn enorm gedreven en bevlogen. Misschien is dat een erfenis uit de oude groepscultuur: dat je er voor elkaar bent. Op straat staan politiemensen ook naast elkaar.
De fondsen krijgen hun vermogen ook uit donaties van collega’s. Dat kan iedere maand een kwartje of een euro zijn. Maar sommige fondsen hebben in het verleden al een vermogen opgebouwd en kunnen het daarmee doen. Zo creëren ze met elkaar een prachtig vangnet. Het is onafhankelijk en dus voor de werkgever heel waardevol. Dat zou, vind ik, door de werkgever ook warm gefaciliteerd moeten worden.”

Want hoe noodzakelijk is het? Zijn er veel politiemensen met financiële problemen?
“Als je kijkt naar de hele samenleving dan zie je dat een flink aantal mensen geldzorgen heeft. En dat is door de crisis alleen maar erger geworden. Dat geldt natuurlijk ook voor politiecollega’s. Laat het één op de tien zijn, dan zijn dat er in ons geval toch zo’n 6300. Behalve dat schulden een enorme persoonlijke impact hebben, zitten er ook risico’s aan. Daarom zijn de sociaal fondsen, die op een hele integere en warme manier collega’s helpen, voor de werkgever een betrouwbare en belangrijke partner. Ze zijn goud waard.”

Is de drempel om naar een sociaal fonds te stappen hoog?
“Ja, heel hoog. Mensen hebben er vaak al een tijd mee geworsteld, voordat ze bij een sociaal fonds terechtkomen. Begrijpelijk, ik zou zelf ook niet snel bij collega’s aankloppen als ik financieel klem zat.”

Is het niet anoniem dan?
“Vertrouwelijkheid staat voorop, dat is een belangrijk principe van het sociaal fonds. Ze zullen een leidinggevende nooit op de hoogte stellen. Maar ze raden de collega wel aan om het zelf te doen, omdat de leidinggevende er dan ook rekening mee kan houden.”

Wat hoor je voor verhalen over collega’s die door een sociaal fonds zijn geholpen?
“Mensen zijn in de problemen geraakt als ze bijvoorbeeld na een scheiding hun huis moeten verkopen, dat onder water blijkt te staan. Sommigen hebben een partner die werkloos is geworden of een ziek kind, waarvoor niet alle behandelingen vergoed worden. Ik hoor van de mensen bij de sociaal fondsen dat de afgelopen jaren collega’s sneller in de problemen zijn gekomen en dat de schulden ook hoger zijn. Dat komt door de economische crisis. De sociaal fondsen hebben echt al heel veel mensen uit de problemen geholpen. En wat trouwens ook een grote rol speelt: er is een luisterend oor, er is een collega die het beste met je voor heeft. Dat helpt mensen heel erg.”

Wanneer ben jij tevreden over het project, wanneer is het af?
“Het duurt nog even. De Politieacademie, het PDC en enkele eenheden moeten nog een eigen sociaal fonds oprichten. Er moet van alles geregeld worden met onder andere een notaris voor wat betreft de nieuwe of samengevoegde stichtingen. Ook belangrijk is dat álle collega’s in het land straks van het bestaan van de sociaal fondsen afweten en dat ze weten waar ze terecht kunnen. En natuurlijk dat ze het nut en belang inzien van deze mooie, collegiale voorziening.”