‘Vertel je verhaal. Schaam je niet’

Vorige

DROC Noord Holland wint WEP Award september

Volgende

PCP zomertour: ervaringen delen en elkaar steunen

“Ik heb een kastje waarmee ik elektronische pijnbestrijding heb. Met koud en vochtig weer heb ik de meeste pijn. Deze droge warmte heeft de prettige bijkomstigheid dat ik het kastje nu niet nodig heb.” Buiten tikt de thermometer de 34 graden aan. In een warme huiskamer in Brabant vertelt Ruud Peters thuis zijn verhaal.

Ruud was een paar weken geleden in Doorn bij de zomertour van PCP (Platform Chronisch zieke Politiecollega’s red.). Hij is een voorbeeld van ziek worden én goede ondersteuning krijgen vanuit de organisatie. “Daar ben ik dankbaar voor. Ik hoor ook andere verhalen van collega’s die als ze ziek worden eigenlijk alleen gelaten worden. Geen leidinggevende en andere collega’s die echt betrokken zijn, naast je gaan staan en je helpen. Dat is schrijnend. Ik denk dat het vaak komt omdat men niet goed weet hóe het moet.”

Het klinkt misschien gek maar ik zei: yes! Eindelijk wist ik wat het was

Darmkanker
Juni 2015 wordt Ruud ziek. Hij is dan wijkagent in Aalburg. Daarvoor werkte hij 35 jaar op straat en een periode op de meldkamer. “Ik kreeg steeds meer klachten. Was enorm moe en moest steeds naar het toilet. Ik zei tegen mijn collega’s: plan me maar niet meer in voor de ochtenden, ik moet soms wel acht keer plassen. En dat kan ik dan niet uitstellen.” Bloedonderzoek volgde en op 17 augustus een inwendig onderzoek tijdens een dagopname. “In de middag zou ik al de uitslag krijgen. De arts vertelde me direct wat het was: darmkanker en allerlei poliepen. Het klinkt misschien gek maar ik zei: yes! Eindelijk wist ik wat het was en kon ik me voorbereiden op een behandeling.”

Operatie en chemo
Drie weken later wordt hij geopereerd. Een deel van de dikke darm wordt weggehaald. De chemo die daarop volgt slaat niet aan. Sterker nog: Ruud wordt er enorm beroerd van. “Toen kwam de boodschap dat ik maar met een andere chemo moest beginnen. Dat heb ik gedaan. Na de 3e kuur zakte ik helemaal in. Mijn smaak viel weg, ik kon geen kop koffie meer vasthouden. Eigenlijk ging het alleen maar slechter.” De darm wordt wat opgerekt omdat er verklevingen zichtbaar zijn geworden. “Het was de bedoeling dat dat zo voor mekaar zou zijn. Maar uiteindelijk duurde de operatie uren, werd mijn darm ingekort en moest ik 3 weken in het ziekenhuis blijven.”

Revalidatie
Dan begint de revalidatie. Een lang proces. “Toen ik voor het eerst weer mijn naam kon schrijven was ik zo blij als een kind. Daar zat ik dan thuis. Ik heb mijn chef gebeld en gezegd: kan ik niet wat thuiswerk doen. Dat was ik al een tijdje gewend na de eerste operatie, maar ik moest iets om het hand hebben. En dat begon met een half uurtje per dag en heel langzaam werd dat uitgebreid.”

Binnen drie dagen kreeg ik een bureaustoel waar ik goed op kan zitten

Betrokkenheid
“Sinds ik ziek ben heb ik nog nooit zoveel bloemen en bezoekjes gehad. Echt fantastisch hoe men reageerde. Mijn teamchef, mijn direct leidinggevende, mijn collega’s. Ze zijn allemaal thuis geweest. Er is vanaf het begin met me meegedacht toen ik aangaf dat ik wel weer wat kon werken. Met mijn chef werd afgesproken dat ik thuis kon werken. Ook in coronatijd moest dat en kreeg ik binnen drie dagen een bureaustoel waar ik goed op kan zitten.”

BuCo
Inmiddels heeft Ruud IBT ontheffing en is niet meer vuurwapendragend. “In het begin was ik wijkagent zonder dienstwapen. Na een aantal maanden begon dat te wringen. Ik kon niet meer de wijkagent zijn die ik voor de inwoners wilde zijn. En het voelde ook zo dat ik met mijn parttime werken collega’s in de weg zat die graag fulltime als wijkagent in mijn wijk aan de slag wilde. Dat voelde echt als emotionele beperkingen. Dat heb ik met mijn chef besproken. Toen is er gekeken wat bij me paste. Ik kon bureaucoördinator worden. Dat voelde eerst ongemakkelijk maar ik kreeg er steeds meer plezier in.” Ruud doet dit werk nog steeds en ervaart het als de wijkagent op bureau.

Met een wedstrijdverslag hield ik mijn collega’s op de hoogte

Wedstrijdverslag
Vanaf het begin van zijn ziekte schreef Ruud zijn ervaringen op. “Ik noemde dat mijn wedstrijdverslag. Het stond 10-0 voor kanker en ik kwam steeds een beetje terug. Nu kan ik zeggen dat ik het heb overwonnen.” Met het verslag hield hij ook zijn collega’s op de hoogte. “Op deze manier hield ik contact met de werkvloer. Als je ziek wordt, ik het goed om wat je meemaakt te blijven delen. Probeer open te zijn. Dat is goed voor jezelf, maar ook voor de mensen om je heen. Het creëert begrip. Het is ongelofelijk wat voor steun ik heb ervaren. Tot vandaag toe. Mijn advies is echt: schaam je niet voor je ziekte. Praat erover en vertel je verhaal. Achteraf denk ik dat ik ook te snel weer aan het werk ben gegaan. Vanuit het gevoel: je moet werken. Nee, je moet niks. Jawel, op orde komen met jezelf. Dat is het allerbelangrijkste.”

Noodlot
In 2019 slaat het noodlot weer toe. Dan wordt duidelijk dat Ruuds vrouw Els ernstig ziek is. “Tot die tijd ging het eigenlijk steeds beter. Dit was wel een klap. Kanker in de longen, lymfe en in een van de nieren. Met een levensverwachting van een paar maanden. Bijzonder genoeg is Els er nog en het gaat redelijk.” Ze heeft haar voedingspatroon omgegooid en dat lijkt voor een deel effect te hebben.
“Toen Els de diagnose kreeg ben ik alle buren langsgegaan om het te vertellen. We zijn soms gewend om ellende voor onszelf te houden. Maar als je het deelt haal je de schroom bij anderen weg en stel je hen in staat om de drempel laag te houden om mee te leven.”

Ik kijk nu anders naar de dingen

Anders kijken
Ruud merkt dat hij door zijn en de ziekte van zijn vrouw anders in het leven gaat staan. “Ik kijk anders naar de dingen. Jaren geleden dacht ik: eerder stoppen met werken? Nee, dat zie ik niet gebeuren. Ik werk nu 40 uur maar heb wel 4 uur RPU aangevraagd. Ik kreeg daar precies vandaag bericht over. Ik denk er ook over om eerder te stoppen met werken. We hebben 5 kinderen en 2 kleinkinderen, daar genieten mijn vrouw en ik enorm van. Natuurlijk is het confronterend om te bedenken dat ik straks alleen overblijf. Die toekomstgedachte is moeilijk. Maar we genieten nu van wat we iedere dag nog hebben.”