Column: gestoord

Vorige

Levensverbalen: wat is jouw verhaal?

Volgende

Award voor team Politieleiderschap

Wat mij met diverse pogingen niet was gelukt, deed Henk de brandweerman in één zwaai. Schijnbaar moeiteloos zwaaide hij de zware stormram door de gebarricadeerde voordeur. De enorme klap van ‘de bonk’, zoals wij dat ding noemen, versplinterde niet alleen de deur, maar ook de sponning vloog mee de woning in. Brandweermannen zijn mannetjesputters, maar Henk stond zelfs onder zijn collega’s bekend als Rambo.

Door Jack Druppers

Handig om zo iemand bij je te hebben als je assisteert bij een gedwongen spoedopname van een verwarde persoon die zich in zijn huis heeft opgesloten. Dankzij Henk konden alle hulpverleners die in het trapportaal op vier hoog stonden opgesteld nu door het gapende gat naar binnen kijken in het tweekamerappartement aan de Amsterdamse Marnixstraat. Wat we zagen, was weinig opbeurend: het interieur was compleet geruïneerd en tussen de puinhopen stond Abdel, de verwarde persoon die we moesten hebben. Hij was kolossaal, en het schuim rond zijn mond maakte duidelijk dat hij niet van zins was mee te werken.

Aan verwarde personen had ik als wijkagent bijna een dagtaak

Eerder die dag had ik de vraag gekregen of ik ’s avonds een psychiater van de crisisdienst van de Geestelijke Gezondheidszorg wilde begeleiden bij een gedwongen spoedopname. Eigenlijk had ik geen dienst, maar men wist dat ik ervaring had met dit soort klussen. Inmiddels had ik al zoveel huisbezoeken afgelegd bij verwarde personen in mijn eigen wijkje, dat ik psychoses, schizofrenie, borderline, dementie, verslaving of welke ander menselijk defect bijna net zo rap herkende als een ervaren zielenknijper. Aan verwarde personen had ik als wijkagent bijna een dagtaak.

Nadat een verwarde man in 1993 in de Amsterdamse Vrolikstraat een buurmeisje tijdens een psychose om het leven had gebracht, werd er in de stad op initiatief van toenmalig burgemeester Job Cohen een convenant gesloten tussen gemeente, politie, ggd, woningbouwverenigingen en andere instanties. Intensieve samenwerking moest de ‘vroegsignalering’ van problemen en zorgverlening aan verwarde personen drastisch verbeteren. Elke melding over verwarde en hulpbehoevende personen werd voortaan individueel besproken tijdens een periodiek overleg en er volgde altijd een interventie van de Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundige (spv’er) samen met de wijkagent.

Omstreeks het jaar 2000 kwam deze samenwerking door bezuinigingen en personeelsgebrek bij de politie alweer onder druk. Het credo werd nu: ‘Brand is voor de brandweer, boeven voor de politie en verwarde personen voor de gezondheidszorg.’ Er werden diverse preventietaken uitbesteed aan commerciële bedrijven, maar uiteraard niet de voor de politie tijdrovende activiteiten rondom de overlast van verwarde mensen. Als de veiligheid in gevaar komt, moet de politie nu eenmaal in actie komen. De vraag of agenten voldoende zijn toegerust voor de omgang met verwarde personen, wordt uiteraard altijd pas gesteld als een incident volledig uit de hand is gelopen.

“De verwarde jongeman overleefde dit niet”

Het aantal huisbezoeken aan psychische patiënten, waarbij de politie aanwezig is op verzoek van de hulpverleners om hun veiligheid te waarborgen, is de laatste jaren enorm in aantal toegenomen. Vanwege de bezuinigingen in de geestelijke gezondheidszorg komt het immers steeds vaker voor dat ernstig gestoorde personen zonder toezicht thuis wonen. Dit heeft al meermalen geleid tot heftige ongelukken. Zo werden in 2007 twee Amsterdamse agenten levensgevaarlijk verwond door een verwarde jongeman met een mes.

En in september 2016 ging het weer mis. Toen de acute dienst van de ggz een autistische, schizofrene en psychotische jongeman van 23 met spoed gedwongen wilde opnemen, werd er door de hulpverleners om politieassistentie gevraagd. Omdat er volgens de melding sprake zou zijn van een suïcidepoging werden direct agenten van de noodhulp gestuurd, vier in totaal. Over wat er zich vervolgens precies heeft afgespeeld, weet ik niet meer dan de berichtgeving in de dagbladen, maar duidelijk is dat de situatie in woning escaleerde en dat volgens twee agenten de jongeman met een mes op hen afkwam. Ze konden zich niet uit de voeten maken in het kleine appartement en zagen zich genoodzaakt hun vuurwapen te trekken en uit noodweer te schieten. De verwarde jongeman overleefde dit niet.

Het Openbaar Ministerie besloot naar aanleiding van de bevindingen van het onderzoek door de Rijksrecherche om de betrokken agenten niet te vervolgen. Zij handelde volgens de richtlijnen, was het oordeel. De ouders van de jongen kunnen niet leven met dit oordeel. Hij was hun enige kind en hij was ziek. In de krant las ik hun hartverscheurende relaas over hun jarenlange machteloze strijd om de juiste zorg voor hun zoon te krijgen. Na ellenlange wachttijden bij een reeks van behandel- en opvangcentra kregen ze vanwege capaciteitsgebrek door de bezuinigingen keer op keer de deksel op de neus. En omdat de jongen meerderjarig was, niet meer thuis wilde wonen, zijn medicijnen weigerde te slikken, geen psychische zorg meer wenste en ernstige bedreigingen had geuit, stond er toen plots een batterij mensen in zijn kleine kamertje te dringen om hem gedwongen op te nemen.

Zeven volwassen mensen, onder wie vier agenten, in een piepklein appartement is voor iedereen intimiderend, hoe heftig moet dit zijn voor een persoon in een psychose? Het was vooraf bekend dat hij een survivalmes in zijn kamertje had en meermalen had gedreigd dit te gebruiken tegen de hulpverleners ter plaatse. Toen de drie ggz-medewerkers met een agent naar een belendende ruimte gingen om een ‘psycholance’ te regelen, lieten ze de patiënt achter onder toezicht van twee agenten. Op dat moment liep de zaak uit de hand. De agenten ervoeren een acute noodsituatie en handelden volgens instructies. Omdat een aanvaller met een mes doorgaans niet stopt na een schot in de benen, wordt ons geleerd om bij een aanval met een mes van dichtbij gericht op de borst te vuren.

Nu willen de ouders door middel van een Artikel 12-procedure de agenten persoonlijk verantwoordelijk stellen voor de dood van hun zoon en voor de rechter brengen. Vanuit het verdriet van de ouders, begrijp ik dat. Je eigen kind te moeten begraven is onverteerbaar. Maar als er bij dit incident sprake is van falen, betreft het in de eerste plaats een collectief maatschappelijk falen. Was deze trieste afloop er ook geweest als er geen zware bezuinigingen in de geestelijke gezondheidszorg waren geweest? Had de dood van deze patiënt voorkomen kunnen worden als de agenten een op psychiatrische zorg toegespitste aanvullende opleiding hadden gekregen, niet alleen waren gelaten met patiënt of een taser tot hun beschikking hadden gehad? Mag de samenleving van een agent verwachten dat hij behalve boevenvanger en ordehandhaver ook dokter, verpleger, maatschappelijk werker, suïcidedeskundige, socioloog, antropoloog, mediator, dierenfluisteraar, politicus, vechtkunstenaar, rechter, advocaat, scherpschutter en psycholoog is? Zijn wij kameleons verpakt in een uniform, low budget alleskunners, de Haarlemmerolie voor al uw problemen?

Zeker is dat de politie in de grote steden steeds vaker te maken krijgt met verwarde personen. Weglopen of weigeren is dan voor agenten geen optie. Dat was ook geen optie toen ik tegenover Abdel stond, die mij schuimbekkend aanstaarde. Nadat verschillende pogingen van de psychiater om contact te krijgen met de kolossale man mislukten en de spv’er niet naar binnen durfde met de verdovende billenprik, keek iedereen naar mij. De brandweermannen, inclusief gespierde Henk, alias Rambo, deden allemaal beleefd een stapje naar achteren. Ik weet niet wat mij bezielde om alleen naar binnen te stappen, maar ik deed het wel. Omdat men dat van mij verwachtte.

Nadat ik al mijn op de sociale academie aangeleerde gesprekstechnieken zonder succes op Abdel had losgelaten, volgde de dood of de gladiolen. Toen Abdel mij even uit het oog verloor, sprong ik op zijn rug en probeerde ik zijn enorme lichaam tegen de grond te werken. Hij gaf geen krimp, begon wild om zich heen te slaan en door zijn appartement te springen, alsof ik niet op zijn rug hing. Ik zag alle hoeken van het appartement meermalen van zeer dichtbij en belandde op een gegeven moment zelfs met mijn kont in een volle wasbak met vuile vaat, maar uiteindelijk lukte het me om Abdel onder controle te krijgen. De verpleegkundige zette razendsnel de injectie dwars door zijn broek in zijn achterwerk en even later kon Abdel veilig worden overgebracht naar de crisisdienst. Ik was gebutst, maar ook opgelucht. Vooral nu ik er achteraf op terugkijk. Dat er niets misging, was een kwestie van pure mazzel.

=============================================

Jack Druppers (1962) is politieman in Amsterdam. Hij werkt al ruim 25 jaar bij de politie, de laatste jaren als wijkagent in Amsterdam-Oost. Voor zijn project Politiekids ontving hij een landelijke award voor beste buurtproject en werd hij genomineerd voor de Hein Roethofprijs. Druppers schrijft in zijn vrije tijd persoonlijke verhalen over zijn werk als politieman. Hij publiceerde onder andere in het politievakblad Blauw, in literair tijdschrift Hollands Maandblad en sinds twee jaar ook voor WEP. Het bovenstaande verhaal verscheen onlangs in het Hollands Maandblad.